Killn is een 4v4 melee-brawler waarin je als keramieken pot de arena in rolt, waarbij je in een gezellige hub begint met het knutselen aan je eigen pot: klei op de draaischijf, vormpje draaien, tuitjes en oortjes erop, stickers plakken en een laklaagje erover. Double Fine’s handtekening is duidelijk zichtbaar in de quirky stijl, de melige insteek en het feit dat dit eerder aanvoelt als een klein, experimenteel side project dan als een grote studiopijler. De toon is luchtig en toegankelijk; dit is geen sweaty esports-titel, maar een party-achtige brawler waarin je binnen een paar potjes begrijpt wat de bedoeling is. Dat past goed bij het idee om hem af en toe met een bekend gezelschap op te pakken, maar minder bij een game waar je wekenlang in wilt verdwijnen.
De kern van Kiln is eenvoudig: jij en je team proberen het vuur van de kiln (oven) van de tegenpartij te doven door water erin te dumpen, terwijl je ondertussen je eigen kiln verdedigt. Water verzamel je in je zelf ontworpen en gebakken pot, waarbij de vorm oh zo belangrijk is. Je kiest uit drie formaten: klein, medium en groot, afhankelijk van hoeveel klei je op je bordje kwakt. Grote potten zijn traag, maar hebben veel HP, doen stevige melee damage en kunnen een flinke lading water meenemen, terwijl de kleine potjes razendsnel en wendbaar zijn, maar minder klappen uitdelen en weinig inhoud hebben.
Aan de vorm van je pot hangen bovendien speciale aanvallen vast. Een simpelere vorm kan bijvoorbeeld resulteren in een aanval met een zwaard die over de grond zwiept, terwijl een wat grotere, obscuurder gevormde pot juist een poison field op het slagveld kan droppen dat vijanden beschadigt als ze erdoorheen lopen. Een andere vorm levert weer een tornado op die water uit tegenstanders hoost. Het zorgt ervoor dat Kiln soms verrassend tactisch aanvoelt.
Maps, hub en tempo
De centrale hub fungeert als ontmoetingsplek, werkplaats en oefenruimte. Je maakt er je potten, test aanvallen in de training grounds en duikt de shop in voor nieuwe cosmetische tierelantijntjes. De hub is leuk aangekleed en nodigt uit om even te rommelen, maar wordt tegelijk een noodzakelijk kwaad omdat je er na ieder potje weer naar terug moet. Precies daar loopt Kiln flink tegen zijn grenzen aan: matchmaking is traag. Een nieuw potje vinden duurt geregeld twee tot drie minuten, waarna je maximaal een minuut of tien speelt en vervolgens weer teruggaat naar de lobby om opnieuw te matchmaken. Voor een game die juist moet leunen op nog-een-potje-energie, haalt dat de flow er helaas keihard uit.
De maps zelf zijn redelijk gevarieerd en kennen elk hun eigen gimmick. Sommige levels leggen de nadruk op verticaliteit en bewegende elementen waar je omheen moet manoeuvreren, terwijl op een andere map een dansvloer je stunt als je op gekleurde vakjes rolt. Elke map voelt daardoor net iets anders, maar uiteindelijk blijft de kern hetzelfde: water halen, vuur doven, klappen uitdelen en rollen rollen rollen.
Progressie, variatie en spelersaantallen
Killn gebruikt een licht progressiesysteem dat vooral gericht is op personalisatie. Na elk potje ontvang je XP, meer bij een overwinning, maar ook bij verlies krijg je een beloning voor deelname. Bij level-ups ontgrendel je nieuwe kleiformaten, extra tools om je pot nauwkeuriger te vormen en een flinke lading cosmetische items zoals stickers, handvaten en hoedjes. Voor creatieve spelers is het top om hun keramische creatie steeds verder te finetunen, maar wie hoopt op diepe, build-gedreven RPG-progressie in potvorm komt bedrogen uit.
Het grootste probleem is echter het gebrek aan variatie in modi. In de praktijk is er maar één speltype: het vuur van de tegenstander doven in een 4v4 match. Er zijn geen alternatieve modi zoals capture the flag of King of the Hill, terwijl de game zich daar qua opzet prima voor zou kunnen lenen. Daardoor voelt Killn na een stuk of vijf à zes potjes op een avond wel weer even genoeg, hoe vermakelijk die matches individueel ook zijn.
De lage spelersaantallen versterken dat probleem. Tijdens de het schrijven van deze review stonden er op Steam ongeveer 16 spelers online, met pieken rond de 80 tot 100 spelers. Voor een online-only 4v4-game is dat extreem mager en je merkt het meteen: je komt dezelfde namen meerdere keren kort achter elkaar tegen, simpelweg omdat de vijver zo klein is.
Prijs en toekomst
De prijs is misschien wel een grote veroorzaker van het gebrek aan activiteit. Kiln kost op Steam €20, terwijl hij qua content en houdbaarheid eerder aanvoelt als een titel van een tientje of een free-to-play-versie met een toffe season pass. De instapdrempel moet omlaag en de spelerspool moet groeien, anders zal Kiln mogelijk geen lang leven beschoren zijn. Ben je benieuwd of Jeffrey en Hans nog een potje kunnen breken voor Kiln? Check hier de videoreview:
Conclusie
Killn is in de kern een charmante en frisse multiplayer-brawler, waarin het pottenbakthema verrassend goed is vertaald naar tactische gameplay en creatieve creaties, maar de game schiet tekort op alles wat de lange termijn moet ondersteunen. De unieke mix van zelfgemaakte potten, specials en gevarieerde maps zorgt er weliswaar voor dat losse potjes erg vermakelijk zijn, zeker als je met een leuke groep speelt, maar na een handvol matches slaat de eentonigheid hard toe door het gebrek aan alternatieve modi. Dat probleem wordt verder uitvergroot door de lange wachttijden in matchmaking en de bedroevend lage spelersaantallen. Daarbovenop voelt de prijs van 20 euro fors voor wat er nu aan content en variatie aanwezig is, en zou een free-to-play-model met cosmetische monetisatie waarschijnlijk beter passen bij de schaal en opzet van dit project. Zonder stevige roadmap met nieuwe modi en structurele content-updates is het lastig om vertrouwen te hebben in een lange toekomst voor de game, hoe degelijk hij ook wegspeelt voor een paar avondjes
