Afgelopen week hebben we Hell let Loose: Vietnam kunnen spelen. Een franchise die Rob in het verleden heeft weten te boeien en waar hij vele honderden uren in een soldatenpak in heeft doorgebracht. Of het nieuwe deel opnieuw zo veel indruk maakt? Je hoort het in de Hell Let Loose: Vietnam-review!
Hell Let Loose: Vietnam is het tweede zelfstandige deel in een serie die begon als een grootschalige, realistische multiplayer-shooter over de Tweede Wereldoorlog. De oorspronkelijke Hell Let Loose werd ontwikkeld door de Australische studio Black Matter en verscheen in 2019 in Early Access, met Team17 als uitgever; de volledige release volgde in 2021. In 2022 nam Team17 de intellectuele eigendomsrechten over en later werd de Britse studio Expression Games bij de verdere ontwikkeling betrokken. Voor Vietnam staat Expression Games aan het roer. De serie onderscheidt zich minder door snelle individuele actie dan door gevechten waarin honderd spelers als onderdeel van een grotere militaire organisatie opereren.
Die opzet blijft in Vietnam grotendeels intact. Twee teams van vijftig spelers nemen het tegen elkaar op op uitgestrekte slagvelden, verdeeld over verschillende squads en gespecialiseerde functies. Infanteristen, verkenners, tankbemanningen en commandanten zijn afhankelijk van communicatie en van een werkende bevelsstructuur; wie alleen op pad gaat, kan snel worden uitgeschakeld zonder zelfs te zien waar het schot vandaan kwam. De kaarten zijn geïnspireerd op locaties uit de Vietnamoorlog en plaatsen Amerikaanse strijdkrachten tegenover het Noord-Vietnamese leger. Daarbij blijft het tempo bewust lager en de lethality hoger dan in toegankelijkere militaire shooters: terreinbeheersing, logistiek en het neerzetten van goede aanvals- en respawnposities wegen vaak zwaarder dan het aantal persoonlijke kills. Samenwerking en onderlinge communicatie bepalen het verloop, meer dan de individuele kills die je als speler maakt.
Ten opzichte van het voorgaande deel zit de belangrijkste verandering in de manier waarop het nieuwe strijdtoneel die vertrouwde formule openbreekt. De Amerikaanse zijde beschikt nu over bestuurbare helikopters voor transport, bevoorrading en vuursteun, terwijl Noord-Vietnamese spelers tunnelnetwerken kunnen aanleggen om troepen ongemerkt te verplaatsen en aanvallen voor te bereiden. Patrouilleboten maken rivieren onderdeel van het slagveld en de bewegingsmogelijkheden zijn uitgebreid met onder meer zwemmen, klimmen en sneller kruipen. Ook kunnen gewonde medespelers uit de vuurlinie worden gesleept. Daardoor is de asymmetrie tussen beide partijen nadrukkelijker dan in het oorspronkelijke spel: de ene kant leunt sterker op mobiliteit en materieel, de andere op terrein, verborgen infrastructuur en verrassingsaanvallen. Hell Let Loose: Vietnam verandert daarmee niet zozeer het fundament van de franchise, maar gebruikt de Vietnamoorlog om bestaande systemen op een andere manier tegen elkaar uit te spelen. Hoe dat uitpakt? Je hoort het in onderstaande videoreview:
