Twee columns lang heb ik hier zitten klagen: Over discs die verdwijnen, codes in doosjes, banen die sneuvelen en platformhouders die je steeds vaker laten lappen voor steeds minder bezit. Het bankafschrift van 2026 staat rood, en ik heb er met een haat-liefdeverhouding over geschreven. Dus wat nu? Tijd voor een bekentenis: ik heb het de afgelopen weken eigenlijk best naar mijn zin gehad.
Want wie even ophoudt met nieuws lezen en gewoon de controller oppakt of het toetsenbord afstoft, ziet iets heel anders. Een aanbod aan games dat z’n weerga niet kent, prijskaartjes die elke week weer wat leuker zijn om te aanschouwen, en een kwaliteit waar je tien jaar geleden alleen van kon dromen. Weltschmerz? Welke Weltschmerz?
Elke week een 80+
We beginnen bij de cijfers, want meten is weten. Metacritic zette in juli de twintig best beoordeelde games van het eerste halfjaar op een rij. Nummer twintig, Phonopolis, haalde een 84. Twintig games in zes maanden die allemaal boven de 84 eindigden. Dat is niet af en toe een uitschieter, dat is gewoon een doodnormale dinsdag geworden.
Laten we vooral ook kijken naar wie er op die lijst staan. Forza Horizon 6 opende met een 90. Mina the Hollower deed hetzelfde, best een prestatie voor een crowd funded game. Resident Evil Requiem scoorde een 89, het beste cijfer voor een gloednieuwe titel van Capcom in ruim twintig jaar. Pokémon Pokopia werd met een 89 de best beoordeelde Pokémon-game ooit. En 007 First Light is met een 87 het beste Bond-spel sinds GoldenEye. Dertig jaar wachten, maar dan heb je ook veel.
Sindsdien is het niet stiller geworden. Big Walk en Sektori tikten de 94 aan. De gratis Witcher 3 Remastered uit mijn eerste column staat inmiddels op 94, en is daarmee de hoogst scorende game van 2026. Weggeven van dingen die mensen al bezaten loont, zo blijkt. Als klap[ op de vuurpijl landde Gears of War: E-Day met een 87 op Xbox: de best beoordeelde Gears sinds deel drie (uit 2011!). Day one in Game Pass, uiteraard.
Zeker, critici mopperen dat er dit jaar weinig negentigers zijn. Maar dat is klagen over in de file staan terwijl je in een Ferrari rijdt. De pieken zijn dan wel wat lager, het plateau daarentegen is breder dan ooit. En wie een game onder de tachtig meteen afschrijft: Crimson Desert en Wolverine bleven allebei op een 77 steken, en de spelers kon het weinig schelen getuige de sales. Ik schreef het vorige keer al: de gamer met een mening en de gamer met een portemonnee zijn niet altijd dezelfde persoon.
Sale Sale Sale
En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat het allemaal kost. Of beter: wat het allemaal níet hoeft te kosten.
De Steam Autumn Sale liep van 1 tot 8 oktober en zette ruim 25.000 games en DLC’s in de aanbieding. Final Fantasy VII Remake Intergrade voor nog geen tientje. Ori and the Will of the Wisps voor slechts tien procent van de prijs. Far Cry 6 voor het geld van een tosti. Nauwelijks was die sale voorbij, of Valve begon gewoon aan de volgende: tot 19 oktober loopt Steam Cooking Fest, met Overcooked! All You Can Eat voor maar €11,99. Als gamer staan we continuevoor een lopend buffet, met michelin-waardige gerechten voor een snackbar-prijsje.
Op PlayStation is het niet anders. Fallout 4, honderden uren Wasteland, kost tot 22 oktober nog geen vijf euri. Hell Is Us, een van de verrassingen van vorig jaar, staat op tachtig procent korting, en kreeg vorige week ook nog een flinke gratis update. PS Plus-leden kregen deze maand F1 25 en Hunt: Showdown 1896 erbij. En aan de groene kant van het eeuwige hek staat de beste Gears in vijftien jaar op dag één gewoon in je Game Pass-abonnement.
Het ironische is natuurlijk dat dit dezelfde digitale winkels zijn waar ik twee columns lang niet onterecht over heb zitten klagen. Wat je niet in de kast hebt staan, kun je ook niet doorverkopen. Maar het kan wel elke week opnieuw in de aanbieding. Ik heb niet het idee dat die ruil eerlijk is. Ik heb ook niet het idee dat mijn eigen backlog daar bezwaar tegen maakt, of dat mijn uitgavepatroon er heel anders door wordt.
2026 is nog lang niet klaar
Voor wie denkt dat het hiermee wel ophoudt: kijk even naar rechts op deze site, bij ‘Coming soon’. Op 15 oktober zet Castlevania: Belmont’s Curse de zweep erop. Een week later volgt Final Fantasy Resonance, een dag daarna Call of Duty: Modern Warfare 4, en op 29 oktober sluit Phantom Blade Zero de maand af.
November wordt nog erger. Op 5 november staat Ocarina of Time klaar, waar ik, zoals wel bekend, echt extreem veel zin in heb. En op 19 november komt er een klein spelletje uit over Vice City. Misschien heb je er iets over gelezen. Code in een doosje, weet je nog?
Vier grote releases in vijftien dagen, twee generatiebepalende titels in november, en dat alles bovenop een backlog die al niet meer in één leven uit te spelen was. Het probleem van de gamer in 2026 is niet dat er niets te spelen valt. Het probleem is dat er geen avonden genoeg in de week zitten.
Rozengeur, of toch maneschijn?
Nu weer even eerlijk, want een column die alleen nog maar juicht is net zo weinig waard als een die alleen moppert.
Die stapel games heeft een verborgen prijs, en die betalen wij als gamer meestal niet. Terwijl Gears of War: E-Day de beste recensies in vijftien jaar binnenhaalde, gingen er berichten rond dat ontwikkelaars bij The Coalition vreesden voor hun baan zodra het spel eenmaal uit was. Dat is de rekensom die ik in mijn eerste column al maakte: de industrie verdient meer dan ooit, en de mensen die de games maken hebben nooit zo weinig zekerheid gehad. Een overvloed aan goede games is geen bewijs dat het goed gaat met de mensen die ze maken.
En die eeuwige aanbiedingen hebben ook een keerzijde. Ze leren ons wachten. Waarom zeventig euro neerleggen op dag één, als het over vier maanden voor een tientje in een sale staat? Voor ons is dat slim. Voor een studio die van die eerste weken afhankelijk is, is het een probleem. Elke sale met een korting van negentig procent is ergens ook een sale die 90% minder omzet oplevert.
Maar dat is het punt: dit zijn problemen van overvloed. Geen problemen van tekort.
De lat ligt op de grond. De games staan op de kast.
Ik blijf erbij: de lat voor hoe de industrie met haar spelers en makers omgaat, ligt in 2026 op de grond. Daar verandert deze column niets aan, en dat is mijn doel ook helemaal niet.
Maar de lat voor de games zelf? Die heeft nog nooit zo hoog gelegen. Twintig titels boven de 84 in een half jaar. Een remaster die je gratis kreeg en die nu het best beoordeelde spel van het jaar is. Klassiekers voor de prijs van een kop koffie, en een release-kalender die je avonden tot ver in december (2027) opeist.
De platformen en uitgevers verdienen misschien geen applaus. De games wel.
Dus laat het nieuws even voor wat het is. Laat de socials even achterwege. Zet je controller aan. Er staat waarschijnlijk iets in je bibliotheek dat je ooit voor een paar euro kocht en nooit hebt opgestart. Begin daar maar.
Koers voor de gamer: ▲▲




